maandag 28 september 2009

Fikse herfstwandeling en mooie boeken



Afgelopen zondag waren we allemaal al vroeg uit de veren om te gaan dauwtrappen, beloofd is beloofd. Al viel het me niet mee, want hoewel de klok nog niet is verzet, is het toch om half zeven nog schemerig. Het werd overigens een leerzaam uitstapje, want Nisse heeft werkelijk een oog voor alle paddestoelen, lijkt ook feilloos te weten waar ze staan. Hij vertelde dat paddestoelen eigenlijk geen planten zijn en uiteraard ook geen dieren, maar dat ze een heel eigen groep vormen in het systeem van levende organismen. Volgens Nisse, die opeens behendig op een van de paddenstoelen klimt en ons vandaaraf onderwijst, leiden de paddenstoelen een groot deel van hun leven een verborgen bestaan. Pas als de omstandigheden gunstig zijn, komen paddenstoelen tevoorschijn. Maar alleen die de sporen verspreiden om zo voor voortplanting te zorgen. Voor de rest van het verhaal even naar onderen scrollen.
Posted by Picasa


Eeerlijk is eerlijk we hebben echt genoten van de wandeling. Even later zagen we in het gras een 'heksenkring'. Een cirkel van paddenstoelen waarvan men in vroege tijd dacht dat dit de plaats was waar 's nacht de heksen hadden gedanst. Maar volgens Nisse is het een natuurverschijnsel doordat de zwamvlok van de paddenstoel in alle richtingen even sterk uitgeroeit.



Omdat we zo vroeg waren, brachten we ook nog een bezoek aan de Duinhuisjes op Voorne en omdat Nisse en Hildegom zo'n schattig stel zijn, fotografeerde ik hen daar terwijl ze gearmd voor ons uit liepen op het pad. Ze hadden het duidelijk naar hun zin. Zeker toen we even later een lekkere warme cappuccino dronken bij de Meidoorn, een gezellig restaurantje in de duinen. Maar ook hier maakte belofte schuld. Mijn huiskabouters zouden ook meegaan naar Den Haag, voor de laatste boeken- en antiekmarkt van het seizoen.



Ook dit deel van de dag was een succes. Nisse, een echte grage lezer, genoot van zoveel leesvoer. Mijn kleine puntmutsen keken de ogen uit. Natuurlijk viel Nisse's oog op een gedichtenbundel van Nicolaas Beets. De werken van deze typisch Hollandse schrijver, blijven zijn, maar ook mijn belangstelling houden. Helaas nemen de kooplieden deze boeken niet gauw meer mee. Maar voor liefhebbers als wij blijven ze in trek. Zelf kocht Nisse nog de mooie Verkade albums: Lente, Zomer, Herfst en Winter.



Bij de laatste kraam kwam hij mij opgetogen vertellen dat hij nog een heel leerzaam boekje had gevonden namelijk 'Kaboutermagie'. Een handig boekje in zakformaat voor wie contacten wil leggen met de kabouterwereld. Het beantwoordt veel vragen en is op een plezierige manier door Anders Pieterse geschreven. Een leuk speels vormgegeven boekje, dat hij me als cadeautje overhandigt. Thuisgekomen bekijken we, onder het eten van een lekker stampotje met het bord op schoot, onze aankopen. In mijn boekenkast is het verdacht stil... Toen ik wat dichterbij kwam, zag ik dit tafereeltje (even naar onderen scrollen).
Posted by Picasa


Nisse heeft zich lekker in zijn schommelstoeltje geïnstalleerd en is maar vast in één van de Verkade albums begonnen. Blijkbaar heeft het toekomstige seizoen 'winter' zijn aandacht. Hij heeft zijn kacheltje aangestoken met de uitgebloeide elzenpropjes die we in de duinen vonden en heeft gezellig een flesje kersenwijn opengetrokken. Zijn wangen en neus zijn rood van de buitenlucht.... of eh... zou het de wijn zijn?
Voor de aanleiding van deze gezellige dag, even naar onderen scrollen.
Posted by Picasa

zaterdag 26 september 2009

Bramenoogst en een afspraakje



Nu de herfst is aangebroken begint het bij Nisse toch een beetje te kriebelen. Hij heeft me al een paar keer aan mijn jasje getrokken. 'Je bent nu wel zo druk met de appel- en perenpluk, maar heb je ook nog erg in de bramen.' Door alle drukte had ik daar inderdaad geen erg in. Temeer daar ik ook nooit echt een bramenstruik geplant heb. Kijk ik uit mijn werkkamer naar de slootkant dan staat daar, zonder dat mijn oog er eerder op gevallen is, een rijke oogst wilde bramen te wachten om geplukt te worden. Niet veel later hoor ik ze beiden rommelen met emmertjes. Wanneer ik iets uit mijn boekenkast nodig heb, kijk ik nieuwsgierig hun huisje in. Hildegom is bezig met het uitkoken van kleine, glazen potjes. Ze zet ze keurig op z'n kop op een theedoekje. Die treft voorbereidingen voor het maken van jam begrijp ik. Het is bijna jammer dat ik zo dadelijk wegmoet voor een interview..... Wanneer ik later thuiskom hangt er in mijn werkkamer een verrukkelijke, zoetige lucht van gekookte bramen. Wanneer ik even later het interview uitwerk, schiet ik ongemerkt door de tijd heen. Hoewel mijn maag rammelt, wil ik nog even doorwerken om het artikel af te maken. Het is inmiddels donker geworden. Gedachteloos knip ik de bureaulamp aan. En met het zoeken naar het lichtknopje raakt mijn hand iets... op een ontbijtbordje liggen tot mijn verrassing twee dikke bruine boterhammen met bramenjam op mij te wachten. Wauw, heerlijk! De jam is nog warm, dat gegeven en de rammelende maag maken dat het naar zoiets als vers gebak smaakt. Ik prijs me gelukkig met mijn kleine helden. Dank je wel Hildegom, dank je wel Nisse!



Vandaag testte Nisse mij op mijn kennis van paddenstoelen. Bovenstaande collage maakte ik in de tuin, waar hij talloze vragen op mij afvuurde. Er speelde, zo zag ik, een klein lachje rond zijn mond, over zoveel onbenul. Nooit in verdiept eerlijk gezegd. Of ik zin heb in een boswandeling, dan kon hij aan de hand van voorbeelden mij er iets meer van vertellen. 'Neem je fototoestel maar mee, dan kun je er volgend jaar herfst wellicht een artikel over schrijven in je Magazine,' zegt hij fijntjes. Ik stel hem niet veel later niet alleen in mijn kennis over de paddenstoel teleur, ook voor wat betreft de wandeling van vandaag. Ik heb geen tijd. Het Boerendag in Klaaswaal en wil daar graag foto's gaan maken. 'Oké,' zegt hij teleurgesteld, 'en morgen?' Ik beloof hem om morgen vroeg op te staan. 'Gaan we morgenochtend lekker wandelen in de polder en naar het landgoed vlakbij de Nieuwendijk', beloof ik hem. 'Maar 's middags wil ik naar de Lange Voorhout in Den Haag. Daar is voor de laatste keer dit seizoen boeken- en antiekmarkt.' Hij kijkt even wat zuinig over zoveel actiebereidheid op één dag, maar laat weten dat hij dan ook wel mee wil. 'De donkere dagen gaan er weer aankomen, dan is een goed boek nooit weg weet hij als geen ander. Waarin ik hem wederom groot gelijk moet geven.


Posted by Picasa

dinsdag 4 augustus 2009

Hoe de bliksem een boom kliefde



Hoewel wij in de Hoeksche Waard regelmatig door onweer en bliksem worden ontzien, was het vorige week diep in de nacht toch raak. Helemaal achter in de tuin werd een oude boom doorkliefd. Een enorme rommel was het gevolg. Toen ik de volgende ochtend, niets vermoedend over het onheil in de tuin, aan het ontbijt zat, kwam Nisse al van buiten. 'Er is een boom om gegaan', zei hij meer in het algemeen dan tegen mij in het bijzonder. Behendig klom hij naar de middelste plank van de boekenkast en ik hoorde hem rommelen. Hildegom, direct alert waar het gerommel in haar huisje betrof, vroeg van uit de slaapkamer, waar ze bedstee verschoonde, wat hij zocht. 'De zaag, en laat dat beddengoed maar even voor wat het is, er is veel werk aan de winkel', riep hij terug. Met zijn gereedschapskist aan de hand stond hij niet veel later naast mijn bord. 'Het is een ongelooflijke troep in de tuin. De boom is totaal doormidden. We zullen hem vandaag nog in stukken zagen en het hout achter het tuinhuis opslaan voor de open haard', sprak hij kordaat. Mijn reactie niet afwachtend, zag ik ze in snel tempo achter elkaar naar buiten rennen. Mijn koffie achteroverslaand rende ik achter ze aan om de kleine natuurramp te aanschouwen. Op de plek des onheils aangekomen, bleek dat hij geen woord teveel had gezegd. Een enorme ravage van vermolmd hout en afgerukte takken. Een kapot hek omdat de boom daar precies overheen was gevallen. Voor ik nog iets had kunnen zeggen, riep Nisse, al hevig zagend in de stam: 'Ga maar naar binnen, we redden ons hier wel.' En een beetje verwijtend over mijn weinige beweegelijkheid op dit punt zo in de vroege ochtend: 'Je loopt anders toch maar in de weg.'
Ik keek eens stiekem om mij heen en zag warempel dat het goed was. Wie had mij toch dat geluk van twee van die huiskabouters geschonken? Ik hief van vreugde over zoveel goedheid nog net niet het bekende kabouterlied 'Oh, jo' aan. Binnengekomen smeerde ik nog maar eens een croissantje en schonk mezelf nog een kop koffie in. Tussen een stapel boeken en de zijkant van hun huisje stond een rekje met daaroverheen het dekbedje. Pas tegen de avond zag ik dat het rekje leeg was.... Op de geborduurde kussensloopjes keek ik tegen twee puntmutsen aan, een blauw en een rode. Beiden waren blijkbaar al vroeg onder de wol gekropen. Toen ik voor het naar bed gaan nog even met de honden naar buiten ging, nam ik de zaklamp mee en scheen in de richting waar eens de boom had gestaan. Enkele houtsnippers hier en daar deed vermoeden dat men hier vandaag tot diep in de avond aan het werk was geweest. Achter het tuinhuis lag, hoog op getast, een enorme berg keurig opgestapeld open haard hout....

Posted by Picasa

zaterdag 11 juli 2009

Oost-west, thuis best!



Naast de Camera Obscura op de middelste plank van mijn boekenkast bouwden Nisse en ik zijn nieuwe onderkomen. Hildegonda (moet zijn Hildegom, zie rectificatie aan de rechterzijde) had zich tot dat moment nog niet laten zien. Ze had nog wat zaakjes te regelen, volgens mijn kleine vrind. Het was gisterenavond wat laat geworden in de tuin, na de regen waren er veel uitgebloeide bloemen die er uitgesnoeid diende te worden. Zeker tot een uur of tien was Nisse om mij heen te vinden. Met zijn kleine emmertje sleepte hij het onkruid naar de mestvaalt onderwijl een gezellig deuntje fluitend. Toen het eenmaal begon te schemeren, zag ik hem niet meer. Na al het tuinwerk had ik geen zin meer om mezelf tot schrijfwerk te manen. Onder het genot van een wijntje begon ik op mijn gemak het manuscript dat ik onder handen heb nog eens door te lezen. Ik maakte hier en daar wat correcties en werd loom en slaperig van het lange buiten zijn en mijn wijntje. Net toen mijn ogen dreigde dicht te vallen, hoorde ik een licht gekras vanuit mijn boekenkast. Direct geïnteresseerd door enig leven op de middelste plank stond ik op en zag een klein vrouwtje met een blauwe puntmuts het vertrekje aanvegen. Ze had een gezellige bolle toet en liep op blauwe bijpassende sloffen. Nisse keek geamuseerd van over zijn boekwerkje toe. De guit, ook hij zag er wat roesig uit door het wijntje waarop hij zichzelf had getrakteerd. (Wie even dubbelklikt op de foto ziet dat het kersenwijn is) 'Mijn vrouw Hildegonda', stelde hij haar niet zonder trots voor. Niet veel later stond ze op mijn bureau en kletste honderd uit. Vrouwen onder elkaar. Of ik er bezwaar tegen had, dat ze de meubeltjes toch iets anders neerzette? En of er tussen hun woning en de Camera Obscura iets meer ruimte gecreëerd kon worden. De ruimte zou ze benutten om er een rekje neer te zetten om het beddengoed te luchten. Ze liet haar vingers liefdevol langs de gordijntjes glijden. Of ik die had uitgezocht?
Nisse stond op en blies in het huiskamertje de kleine rode lantaarns uit. Hij liep naar de naastliggende kleine slaapkamer waar hij een prachtige bedstede had getimmerd. Ik volgde zijn bewegingen. Hij ging op de stoel zitten en trok zijn laarzen uit. Hildegom keek vanaf mijn bureau richting de bedstede. 'Ik ga, maar eens', zei ze. 'Hij slaapt niet graag alleen.' Die avond treuzelde ik om te zien hoe dat stel daar gezellig rondkeutelde in die kleine slaapkamer. Ik voelde me een beetje een gluurder, maar echt, dat kan ik wel verklappen....ze sliepen lepeltje-lepeltje. Niets menselijks was hen vreemd. Nou ja, ze hielden die puntmutsen op, dat wel. Het had wel iets die twee slapende huiskabouters met de nachtspiegel onder het kleine tafeltje.... hi, hi, nee, nu niet meer blijven gluren.... Een beetje privacy kan tenslotte geen kwaad. Welterusten!

zaterdag 20 juni 2009

Veel hulp bij welig tierend onkruid









Het was laat in de avond, toen ik kennismaakte met mijn huiskabouter Nisse. Hieronder kunnen jullie lezen op welke wijze wij elkaar ontmoet hebben. De volgende dag was hij weg. Hoewel hij in mijn gedachte bleef, besloot ik vanaochtend wat in de tuin te werken. In juni begint het onkruid al weer behoorlijk de overhand te krijgen. Even was er bij mij nog wat twijfel. Op mijn bureau lagen de aantekeningen van een nog onuitgewerkt interview. Wat zou ik doen, de tuin of mij laten inspireren door mijn aantekeningen en de foto's die ik daar bij maakte? Ik besloot het eerste. Ik pakte de schrepel en begon in het verste hoekje van mijn tuin met het woekerende onkruid. Net toen ik naast de border begon te hakken, zag ik zijn rode puntmuts onder de struiken. Waarachtig, hij was mij voor!
'Ik ben maar vast begonnen,' zei hij 'er staat nogal wat.'
Samen schrepelde we die ochtend dat het een lieve lust was. Tegen lunchtijd klom hij op de vorig jaar omgezaagde coniferenstam en vroeg of het beviel dat hij nu zo duidelijk zichtbaar in mijn nabijheid was.
'Prima, ik denk wel dat wij het samen kunnen vinden,' zei ik, maar weinig ervaring met huiskabouters liet ik er direct op volgen 'Maar waar wil je dat ik je huisvest? Slaap je buiten of prefereer je een slaapplaats ergens binnen?'
Hij wist het direct. 'Ik lees graag, dus op de boekenplank...' zei hij. Ja, dat had ik inmiddels ondervonden, mijn Camera Obscura was er niet mooier op geworden.
'Wat moest je daar eigenlijk mee?' Hij kuchte en vond het zichtbaar vervelend dat ik er op terug kwam, zeker gezien mijn boosheid van gisterenavond.
'In jullie literatuur, zo heb ik me laten vertellen, is het de Camera Obscura die het karakter van de Nederlander bloot legt. Ik bestudeerde de tekst om iets over jullie mensen te weten te komen.' Ik knikte, daar had hij gelijk in, wie gaf er een beter beeld van de gemiddelde Nederlander dan Nicolaas Beets die daarvoor in de huid kroop van Hildebrand. 'Maar wil je daarme zeggen dat je in de buurt van mijn boeken wilt overnachten?' Nou ja, zeg, om nu direct naast mijn Camera Obscura te willen slapen, ging wel wat ver. Was het ook niet een weinig comfortabel? 'We hebben niet meer ruimte nodig', zei hij bescheiden. 'Wanneer je wat boeken verhuist naar een andere plank, dan redden we het wel.'
'We, zei je we? Wie is er in vredesnaam dan nog meer?' Wederom was ik met stomheid geslagen. Eén huiskabouter was al een bijzonderheid, maar twee? 'Mijn vrouw Hillegonda komt vanavond aan,' zei hij. 'We zouden het zeer op prijs stellen wanner we ons op een kleine plek in de boekenkast zouden mogen huisvesten.'
'Ha, ha, tsjonge nu begon het wel echt op een avontuur te lijken. Een schrijver staat wel bekend om zijn 'dikke duim', maar wie zou mij geloven als ik mijn collega's op de redactie zou vertellen dat ik mij persoonlijk heb ingezet om een kabouterechtpaar te huisvesten. Op mijn boekenplank nog wel... een kleine allochtoon met een rode puntmuts. Dit overschrijdt het betamelijke. Ik besloot deze dag het uitwerken van het interview te laten voor wat het was, de deadline was nog ver. Eerst maar eens zorgen voor een degelijk onderdak voor mijn onaangekondigde puntmutsen. Het gaf mij zoals gewoonlijk wel de nodige binnenpretjes. Juist die onverwachte zaken, maken het leven immers zo geweldig aanrekkelijk, toch?!

Posted by Picasa

woensdag 10 juni 2009

De berg had een muis gebaard...



Hoewel ik in paniek was omdat er een gedeelte van de pagina van de Camera Obscura kwijt was, kwam ik er al snel achter dat 'de berg een muis gebaard had'. Het bleek niet het kleine knaagdier te zijn, dat de lens van mijn Camera had vertroebeld, want in het schijnsel van de vlammende openhaard zat, in de daarnaast staande mand met kleine dennenappels, de anonymus in libro non edito. De kleine gedienstige huisgeest met rode puntmuts, waar zelfs volwassenen in geloven wanneer hen iets onwaarachtigs is overkomen.



Zijn verschijning splijt de Nederlandse bevolking in godvruchtigen met geloof in de legenden van martelaren en andere heiligen, hetgeen tot uitdrukking werd gebracht in het randschrift van de toenmalige Hollandse munt, en nuchteren die een anti-autoritaire maatschappij voorstaan onder het bekende motto: dat hebben de kaboutertjes gedaan. Hoewel beide van een zeer twijfelachtige waarheid getuigen, vallen zij onder het Hollandse zinnebeeld van de klimmende, uitkomende getongde leeuw, die naar gelang prestatie zijn onderdanen in orden van gouden, zilveren of bronzen burgers verdeelt.
Toen ik wat beter keek, zag ik dat tussen zijn riem een klein stukje papier stak... de laatste snipper van mijn bladzijde uit de Camera!



'Een beestenspel! Weet gij wat het is? 'Een verzameling', zegt gij 'van voorwerpen van natuurlijke geschiedenis, even belangrijk voor de dierkundige...'
'Als voor de beestenvrind, wilt gij zeggen?'
'Neen, als ieder mens, die er belang in stelt, zijn medeschepselen op dit wijde wereldrond te kennen.' ... Maar hier, in deze enge, bekrompen hokken, achter die dikke tralies, in die slaafse weerloze, gedrukte, angstige houding, o! Een beestenspel is een gevangenis een oude mannenhuis een klooster vol uitgeteerde bedelmonniken; een hospitaal is het, een Betlam voor stompzinnigen....

Het was de laatste zoekgeraakte snipper. De bladzijden uit de Camera Obscura waren weer compleet, de lens gepoetst. Behendig klom hij uit de mand, zijn valiesje achterlatend tussen de dennenappels. Met een vooruitgestoken handje zei hij: 'Nisse, ik heet Nisse. Aangenaam kennis met u te maken!'



Posted by Picasa

dinsdag 9 juni 2009

Euphorbia lathyris



Het wit giftig poeder, ik zou het uitstrooien op de kaas waarvan op onverklaarbare reden de gaten steeds dichter bij elkaar kwamen te liggen. Deze Mus Musculus uit het geslacht van kleine knaagdieren met spitse snuit en onbehaarde staart had het verbruid. Compleet verbruid! Oh neen, niet de aldoor slinkende Kolummer, en de berustende, overmatige bescheidenheid van mijn kater deed mij in toorn ontsteken. En wanneer jullie dachten dat het hersenschimmen waren, die met een stellige zekerheid bij een delirium tremense worden gezien, dan hebben jullie het echt mis. Wat mij zo buitenzinnig geraakt had, waren de gevierendeelde pagina's van de Camera Obscura, die een val had gemaakt vanaf de bovenste plank van mijn boekenkast. In de donkerte van mijn studeervertrek, waarin de lichtstralen slechts door één klein raam naar binnen vielen, projecteerde zich het beeld van het buiten de boekenkast gelegen voorwerp: de Camera Obscura van Hildebrand.
'Het was één ure. Nu, alle welopgevoede dingen hebben hun gestelde tijd. De nachtegalen komen in 't voorjaar de vinken en lijsters in 't najaar; de zon schijnt bij de dag, de kaars bij avond, en de maan bij nacht. Zo is het ook met de mensensoort.'
Het stond op één der snippers die naast de Camera lag. 'Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout' wist ik meteen. De andere snipper onthulde:
'.... dat maakte dat ik met hem niet op mijn gemak was; iets lastigs impertinent, in één woord iets volmaakt onaangenaams.'
Als immer haarscherp tekende Nicolaas Beets met deze tekst op de snippers mijn gevoelens. Volmaakt onaangenaam! Het bewijst maar weer eens hoe het succes van de 'Camera' stand houdt en zich tot in onze dagen voortzet.
Euphorbia lathyris, desnoods gestampte muisjes. Een camera standpunt of een vertekend beeld? Bestond er iets menselijkers, dan mijn woede om een Camera Obscura verslindende muis?
'Maar misbruikt uw kracht niet. Spot niet, kwelt niet, vernedert niet, dooft niet uit. Geen gevangenhuis, geen tuchtcel, geen schavot, geen kaak, geen draaikooi, geen beestenspel.'
Gehoorzaam aan Hildebrand plakte ik de snippers aaneen, waarvan er tot mijn verbijstering één ontbrak.
Posted by Picasa

maandag 8 juni 2009

Nisse, mijn onopvallende huiskabouter


In deze inleiding wil ik jullie kennis laten maken met Nisse, mijn onopvallende maar o, zo nuttige huiskabouter. Hoewel hij er niet echt content mee is dat ik zijn aanwezigheid aan de openbaarheid prijs geef, wil ik er toch iets over vertellen. Dat komt zo: Een paar weken geleden vertelde een kennis dat ze twee dagen van huis was geweest om in Antwerpen met een vriendin te gaan shoppen. Toen ze wegging stond haar ontbijttafel nog gedekt. Geheel verdiept in de krant was ze de tijd vergeten. Voor ze er erg in had stond haar vriendin voor de deur en stapten zij, zonder zich nog de tijd te gunnen om de boel op te ruimen, samen in de auto. Eenmaal thuis gekomen, vertelde ze, was de ontbijtboel van tafel en lag de krant keurig opgevouwen op de salontafel. 'Snap je dat nou, het lijkt wel of ik kabouters heb,' zei ze lachend. Ik lachte met haar mee. Wat een veronderstelling! Maar onderweg naar huis gaf het mij wel te denken. Ook bij mij thuis gebeurt er de laatste tijd van alles waar ik niet één, twee, drie een oplossing voor heb. Bij mij blijkbaar geen 'opruimkabouter', maar een regelrechte 'rotzooischopper'. Een insluiper uitsluitend dacht ik aan muizen. In zo'n dijkhuis midden in de polder geen ongewoon fenomeen. Maar toen ik 's avonds in het donker thuis kwam, gebeurde er iets vreemds....