



Het was vanmiddag heerlijk zonnig weer en ik besloot buiten in de zon te gaan zitten. De warmte en een heerlijke lucht van seringen maakte dat ik doezelig werd en al gauw in slaap viel. Het moet al uren later zijn geweest, toen om mijn stoel een raar ritselend geluid viel te beluisteren. Gealarmeerd schoot ik overeind, keek op mijn horloge en zag dat ik zeker anderhalf uur had geslapen. Vlak bij mijn voet ineens die kleine rode puntmuts: Nisse. Wat was hij nu toch aan het sjouwen. Ook hij had, net als ik zijn stoeltje naar buiten gesjouwd en voor dat ik in slaap viel, zag ik nog net dat hij zijn leesboekje had weggelegd en tussen de struiken verdween. Maar nu, waar liep hij nu zo driftig mee te slepen? Ik stond op om hem een handje te helpen. Ik ging op mijn knieën in het gras zitten en mijn mond viel open van verbazing. Twee prachtige boeken, een paarse met daarop een geslepen steen als een diamant. Hij wijst er op: een bloemenkind. Ook onder het kleine glazenplaatje bevindt zich een kleine fee. Het boek voelt zacht aan is versierd met zilveren krullen. 'Het is een beetje wetenschappelijk,' zegt hij. 'Houd je daarvan?' Ik knik, nog steeds verbaasd over wat er hier zomaar voor me in het gras ligt. 'Het is het dagboek van Cicely Mary Barker. Hierin hield ze haar bevindingen bij tijdens haar zoektocht naar de bloemenkinderen.'Ik blader het voorzichtig door terwijl Nisse me wijst op de bijzonderheden die zich op elke pagina bevinden. Envelopjes met kleine aanwijzingen, toegangkaartjes om bij de Britse Vereniging voor Feeënfolklore een lezing bij te wonen, een museumkaartje om de vleugeltjes van een vlinder, die zich in één van de vitrinekasten bevinden, beter te kunnen bekijken. 'Want bloemenkinderen hebben net zulke vleugeltjes. In een andere envelopje zit zelfs zo'n vleugeltje. Kijk maar.' Hij peutert het open en tussen een kartonnetje ligt een heel teer dingetje dat, wanneer ik er met een vinger overheen aai, aanvoelt als een feeënvleugeltje. Het andere boek is groen en heeft klimop op de voorkant. Ook hier weer een geheimzinnige foto onder geribbeld glas dat telkens een andere beeld geeft. Op de zijkanten van het boek en de rug zijn goude krullen aangebracht en wie goed kijkt, ontdekt daar zelfs bloemenkindertjes. Nisse doet het boek open en er ontvouwt zich een opzetplaat met een bos waarin hij niet veel later verdwijnt. Wanneer ik mijn oor te luisteren leg, hoor ik hem zachtjes praten. In elke opzetplaat stapt hij even binnen. Het maakt me bijna jaloers...ik zou ook klein willen zijn, ook willen binnenstappen in deze won'dre wereld. Wanneer hij terug is en ik hem mijn gevoel voorleg, zegt hij: 'Maar je hoeft helemaal het boek niet binnen te stappen. Het boek met de opzetplaten is een leidraad. Kijk om je heen, je prachtig bloeiende tuin. Overal zitten ze, maar je moet ze willen zien. Maar voor dat je opzoek gaat, wil ik dat je je eerst verdiept in beide boeken. Ik schenk ze je, zodat je later weet waar je over praat....'
